Luftwaffe

Aan het begin van de oorlog was de Luftwaffe de mordernste en sterkste luchtmacht, en het domineerde de lucht boven Europa met vliegtuigen die veel geavanceerder waren dan de eigenlijke tegenstanders. De Luftwaffe stond centraal in de Duitse Blitzkrieg tactiek. Na de Battle of Britain echter verloor de Luftwaffe gestaag haar superioriteit in de lucht, doordat de Geailliëerden veel meer en betere toestellen kregen. Aan het einde van de oorlog was de Luftwaffe niet langer een belangrijke factor, en ondanks de ontwikkeling van geavanceerde vliegtuigen, zoals de Me 262, werd de Luftwaffe geplaagd door brandstoftekorten, onvoldoende productiecapaciteit en gebrek aan getrainde piloten.


Messerschmitt BF-109

 De meeste wereldoorlog 2 spelers zoals Battlefield 1942 kennen wellicht de Messerschmitt BF-109. BF-109 is een Duitse Tweede Wereldoorlogs jachtvliegtuig. De eerste prototype was klaar in mei 1935, vloog zijn eerste vlucht eind mei 1935 met een Rolls-Royce Kestrel VI van 695 pk. Al snel werdt er een tweede type uitgebrcht met een Jumbo 210 motor. De derde type was bewapens, 2 mitrailleurs op de neus boven de motor. Er zijn in totaal 5 type's uitgekomen en werdeMesserschmitt Bf-109r in december 1936 naar spanje overgebracht waar ze getest werden en niewe tactieken aanleerden. Eind 1938 kwam de ME 109-E uit. Die was beter uitgerust. Met 4 MG-17 mitailleurs (kon ook Mg20) en een 110Pk motor van het type DB 601A motor. In 1939 was de massa productie gestart. Met een snelheid van 570 (H 3750 m) behalen en kon een bom droppen van 250 kilo die onder de romp ging. De Bf-109 werdt het meest gebruikt door de "luftwaffe" tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij speelde een grote rol in het vernietigen van bommenwerpers zoals de 24 Wellington bommenwerper. Hij werdt in 1967 gebruikt in de Spaanse luchtmacht.


Messerschmitt BF-110

Was een Duitse Tweede Wereldoorlogse Jachtbommenwerper die zijn eerste vlucht had op 12 mei 1936. Hij was bestemd voor het jagen en het bombarderen. ook kreeg hij een functie als sleepvliegtuig van de Messerschmitt ME-321. Samen met nog 2 110's kon deze zware zweefvliegtuig getrokken worden. Bf-110 werdt later in de oorlog gevordert tot nachtjager en kreeg hiervoor een radar systeem en vlamdempers. De Bf-110 kreeg als bewapening een 4x 7,92mm MG 17, 2x 20mm MG FF/M en een 7,92mm MG 15. Hij kon 560 Km/h vliegen met 2x Daimler-Benz DB 601 B-1 motor.


Messerschmitt BF-162 "Jaguar"

Is een bommenwerper waar de productie snel was stop gezet. De Bf-110 en de BF-162 was qua uiterlijk bijna dezelfde toestel maar toch waren er verschillen. De BF-162 was bestemdt als "schnellbomber". Ook al waren er 3 prototype's toch waren ze niet voldoende. Een test met 3 toestellen. De Bf-162, Ju 88 en Heinkel HS 127. Ju88 was gekozen en daardoor ging de productie snel ten einde. Het toestel was voor 3 bemaningsleden. Kon 10 bommen van 50 kilo transporteren en kreeg 1x x 7.9mm mg-15. De motor bestond uit een 2x Daimler-Benz DB 600 A en kon een snelheid behalen van 480Km/h


Messerschmitt Me-210

Is een jachtbommenwerper met een 2x DB 603 F motor en kon een snelheid behalen van 538 km/h. De Me-210 moest de Bf-110 vervangen en werden er zo circa 95 gemaakt. Hij kreeg een bewapening v2 x MG 151/20, 2 x MG 131. Hij kon maar slechts 1 bom transorteren maar was onmiddelijk een bom van 2 ton of liever gezegt 2000 kilo. Er was maar 1 prototype en die was niet voldoende om verder te doen met productie en de productie was in de lengte van 1941 gestopt.


Messerschmitt M-321

In de aanloop van operatie Seelöwe, de invasie van Engeland, zochten de Duitsers naar een vervoermiddel om materieel en troepen over het kanaal te krijgen. Het voornaamste transportvliegtuig van de Duitsers was de Junkers Ju 52, maar deze was zo klein dat er nooit genoeg van waren om alle materieel aan land te krijgen. Er werd opdracht gegeven voor het ontwerp van een zweefvliegtuig dat genoeg materieel kon meenemen. Twee projecten werden ingediend, de Junkers Ju 322 Mammut en de Messerschmitt Me 321 Gigant. De Junkers was groter, zwaarder bewapend en sterker bepantserd, maar bleek log en onwendbaar. De Messerschmitt had geen enkel probleem in besturing. De Messerschmitt Me 321V-1 maakte zijn eerste vlucht op 21 februari 1941 gesleept door een Junkers Ju 90. Op de dag van de eerste vlucht stonden reeds 11 Me 321 toestellen klaar die bijna af waren en de voorbereidingen om 62 andere toestellen te bouwen waren al begonnen. Op het einde van 1941 stoinden al meer dan 100 toestellen klaar, de Me 321a-1. Om het toestel van een eigen verdediging te voorzien werd de Me 321B gebouwd met 5 machinegeweren en de bemanning werd van 2 naar 3 opgevoerd. Omdat de Junkers Ju 90een volgeladen Me 321 zeer moeilijk in de lucht kon krijgen ontwikkelde men de "troika sleep". Bij deze sleepmethode werd een Gigant met behulp van 3 Messerschmitt Bf 110 jagers en gebruikmakende van stalenkabels van elk 120 meter in de lucht getrokken. De lengte van de startbaan was 1200 meter en de snelheid mocht niet onder de 160 Km/h komen.De troika sleep had dikwijls crashes of bijna crashes tot gevolg. Men bevestigde aan de Me 321 een starthulp, dit was een Walther aandrijving die 30 seconde werkte en nadien afgeworpen werden aan parachutes. Om startte te verbeteren deed men nog allerlei testen met verschillende sleper o.a; met de Junkers Ju 290. Uiteindelijk bouwde Heinkel een speciale versie van zijn He 111, de Heinkel He 111Z (Foto rechts boven), die met 5 motoren was uitgerust. Wegens de start problemen werd een versie van de Gigant gebouwd met motoren, de Me 323. Er werden uiteindelijk 200 Me 321 toestellen gebouwd die aan de Franse kanaalkust werden gestationeerd in afwachting van operatie Seelöwe, als deze echter afgelast werden de meeste Giganten vanaf juli 1941 naar het oostfront verplaatst.


Messerschmitt Me 163

bijgenaamd "Komet", was het eerste en enige door een raket aangedreven jachtvliegtuig dat tijdens een oorlog werd ingezet. Het was door ingenieur Lippisch ontworpen en werd gekenmerkt door het ontbreken van horizontale staartvlakken ("Nurflugel"). De gestroomlijnde houten vleugels stelden het toestel in staat om langdurig te zweven. Aanvankelijk achtte de Luftwaffe| het niet nodig om een supersnelle onderscheppingsjager te hebben. Maar met de toename van geallieerde verkenningsvliegtuigen boven Duitsland veranderde dit. Het oorspronkelijke doel van de Komet was dus niet het neerhalen van bommenwerpers. Een gemotoriseerd prototype vloog voor het eerst in 1943 en bereikte een snelheid van 990 km/u en een stijgsnelheid van 11.500 voet per minuut. Maar doordat het een futuristisch ontwerp was, waren er aanvankelijk meerdere problemen. De meeste van deze hebben ondertussen mythische proporties aangenomen. Zo zouden piloten na een crash levend verbrand en opgelost zijn door de chemicaliën die als brandstof werden gebruikt. Wel is het zo dat brandstofresten die in de tanks achterbleven door de impact bij de landing spontaan tot ontbranding konden komen, maar al snel werd een mogelijkheid ingebouwd waarbij alle resterende brandstof kon worden geloosd net voor de landing. Rudolf Opitz was de chef-testpiloot op de Me 163 en stelt duidelijk dat het vliegtuig goede vliegeigenschappen bezat en voldoende veilig was. Bovendien beschikte het over een enorme stijgkracht en kon horizontaal een snelheid van bijna 1000 km/h halen. Maar ook hij bevestigde dat het toestel nog duidelijke tekortkomingen had. De voornaamste was de beperkte vluchtduur. De bedoeling was om een deel van de vlucht in zweeftoestand uit te voeren maar ook dan zou het toestel slechts een kwartier in de lucht kunnen blijven. De landing was eveneens problematisch. De Me 163 beschikte niet over een landingsgestel. Na de start werden de wielen afgeworpen, en de landing moest op een glijrib gebeuren. Dit had het nadeel dat het toestel hierna immobiel was en weggesleept moest worden. De Me 163 werd in januari 1944 aan de Duitse Luftwaffe geleverd en voor het eerst ingezet op 13 mei 1944


Messerschmitt Me-262

De Messerschmitt Me-262 bijgenaamd Schwalbe was het eerste operationele jachtvliegtuig aangedreven door straalmotoren. Het toestel werd door de Luftwaffe in beperkte mate ingezet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Alhoewel het vaak wordt beschouwd als één van Hitlers wonderwapens begon de ontwikkeling van de Me 262 voor de oorlog en lagen de eerste plannen in april 1939 al op tafel. De testvluchten begonnen in april 1941. Een conventionele Junkers Jumo 210 motorMesserschmitt ME-262 werd in de neus geïnstalleerd bij de eerste testvluchten omdat de BMW 003 straalmotoren nog niet klaar waren voor gebruik. Dit bleek een wijze beslissing te zijn toen bleek dat, eens de straalmotoren gemonteerd, ze het allebei bij de eerste vlucht lieten afweten en de piloot moest landen met behulp van de motor in de neus. Ook de nieuwe Junkers Jumo 004-straalmotoren bleken onbetrouwbaar en alhoewel alle aanpassingen aan het vliegtuigontwerp in 1942 afgesloten waren werd de productie pas in 1944 opgestart toen de motoren betere prestaties leverden. Zelfs toen bleven ze zelden langer dan 12 uur werken. De toestellen landden vaak met één of twee defecte motoren. Het gebrek aan stuwkracht bij lage snelheid was een bijkomend probleem voor de nieuwe motor en het kostte een grote hoeveelheid brandstof vooraleer het toestel zijn draai vond. Daarbij kwam zoveel hitte vrij dat delen van de motor letterlijk wegsmolten. Het toestel was om deze redenen ook moeilijk aan de grond te zetten en geallieerde jagers vielen het dan ook bij het landen aan. Het grote brandstofverbruik had als bijkomend nadeel dat het maar korte missies kon vliegen. Toch kondigde de Me 262 het einde aan van het tijdperk van propelleraangedreven jachtvliegtuigen. Het jachtvliegtuig kon een topsnelheid van 870 km/h halen, meer dan 150 km/h sneller dan andere vliegtuigen en zijn vier 30 mm-kanonnen zorgden voor voldoende vernietigende kracht bij aanvallen op bommenwerpers.


Junkers Ju 87a

Eindelijk mijn lieveling, de Junkers Ju87a "Stuka". Deze is toch wel een Ijzeren vogel. Zijn vleugels zijn gebogen en hij kan duiken zoals een roofvogel wellicht voor de Duitsers de Adelaar. Stuka is de afkorting van het Duitse woord Sturzkampfflugzeug (duikbommenwerper) maar deze benaming werd meestal specifiek gebruikt om de tactische duikbommenwerper van het type Junkers Ju 87 van de Duitse Luftwaffe aan te geven. Het werd gebouwd door de firma Junkers. In het begin van de Tweede Wereldoorlog boekte het toestel grote successen tegen onvoorbereide troepen en bereikte daarmee Duitse heerschappij in de lucht. Voor de Luftwaffe leek het toestel te kunnen zorgen voor precisiebombardementen die, gemeten in geld, materiaal en mankracht, goedkoop te noemen was. Het was een vervangmiddel voor de artillerie en verleende uitstekend steun aan de infanterie. Het toestel was één van de meest gespecialiseerde ontwerpen die ooit in massaproductie is genomen. Het was onder meer voorzien van een raam in de vloer waardoor de piloot het doel kon zien, en uitgerust met luchtremmen die de duik zeer langzaam konden maken waardoor hij precies kon richten. Later werden er sirenes op het vliegtuig gemonteerd, die de bijnaam "de bazuinen van Jericho" kregen. Bij het intreden van deze pagina kon je de Sirene's horen, je kan het geluid terug beluisteren door rechts onder stukje tekst van Ju87 op play te klikken. Op het moment dat de Stuka een duikvlucht begon, begonnen de sirenes te loeien. Meestal joeg het geluid ervan de mensen beneden grote schrik aan, waardoor ze in hun paniek het verdedigende leger in de weg konden lopen. Het type Junkers Ju 87B kon één bom van 500 kg meevoeren of één van 250 kg en vier van 50 kg. Het had een beperkte actieradius van 285 km. De kleine bomlading werd gecompenseerd door de korte afhandelingstijd op de basis waardoor sommige toe stellen tot 6 vluchten per dag maakten. Nadeel van het toestel was de geringe snelheid waardoor het een makkelijk doel was voor vijandelijke vliegtuigen. Hier kwam nog bij dat het toestel ter verdediging alleen beschikte over een achterwaarts gericht machinegeweer, hetgeen in de praktijk een erg inefficiënte verdediging bleek te zijn. Hierdoor was het dan ook een gemakkelijke prooi voor geallieerde jagers. Aan het Oostfront kreeg de Stuka, voorzien van een kanon, een nieuwe functie als anti-tankwapen. Hier kreeg het toestel de naam "Flugzeug mit dem langen Stangen" of Kanonenvogel. Er werden in totaal 6328 gebouwt.


Junkers Ju 88

 De Junkers Ju-88 was een vliegtuig van de Duitse fabrikant Junkers. Het was het standaardvliegtuig van de LuftwaffeTweede Wereldoorlog en speelde een belangrijke rol in de Slag om Engeland. De Ju-88 was een veelzijdig vliegtuig. Het opereerde als dag- en nachtjager, grondaanvalsvliegtuig, bommenwerper, torpedobommenwerper en verkenningsvliegtuig en tegen het eind van de oorlog als vliegende bom. Hij bezat twee Junkers Jumo 211 motoren van elk 1200 pk waar hij een snelheid haalde van 461 km/h. Als bewapening tot 1650 kg bommen, vier 7,9 mm mitrailleurs. Er werden ongeveer 15.000 exemplaren van gebouwd.


Junkers Ju 86

Junkers Ju 86 was een Duitse eendekker bommenwerper en burger lijnvliegtuig ontworpen in vroeg jaren '30 door Junkers. Het burgerlijke model Ju 86B kon tien passagiers vervoeren; twee werden geleverd aan Swissair en vijf aan Lufthansa. De bommenwerper had verdedigingsbewapening van 3x MG15 en kon een 1.000 kg (2.200 pond) dragen bom lading. Vroege modelju 86-D1 (1936) gehad twee 600 PK Jumo 205C-4 diesel motoren, maar Ju 86E verving die met 800 PK BMW 132F. Wat werden verkocht aan Zweden, Zuid-Afrika, Chili, Portugal, Manchukuo (Japan) en Hongarije. Ju 86K was een de uitvoermodel, ook gebouwd onder vergunning in Zweden met 905 PK Het Kwik van Bristol XIX motoren, en gebleven in de dienst met Zweedse Luchtmacht tot 1956. De bommenwerper was getest gebied in Spaanse Burgeroorlog, waar het aan inferieur bleek Heinkel hij 111. Het werd opnieuw gebruikt in 1939 invasie van Polen, maar spoedig daarna teruggetrokken. In Januari 1940 Luftwaffe testte het prototype Ju 86P dat had een langere vleugelspanwijdte, onder druk gezette cabine, Jumo 207A1 turbocharged diesel motoren met, en een tweepersoonsbemanning. Ju 86P kon bij hoogten van 12.000 m (39.000 voet) vliegen, waar het van vijandelijke vechters veilig was. Tevreden met de nieuwere versie, Luftwaffe gaf opdracht dat zowat 40 oud-modelbommenwerpers worden omgezet in Ju 86P-1 hoge hoogtebommenwerpers en Ju 86P-2 foto verkenning vliegtuigen. Die werkten met succes enkele jaren over Groot-Brittannië, de Sovjetunie en Noord-Afrika. In Augustus 1942 gewijzigd Spitfire V ontsproten één onderaan over Egypte; toen twee meer werden verloren, Ju 86Ps werd binnen teruggetrokken van de dienst 1943. Luftwaffe ontwikkelde Ju 86R met nog grotere vleugels en nieuwere motoren die hoger konden nog gevlogen hebben - tot 16.000 m (52.500 voet) - maar de productie was beperkt tot prototypen.


Junkers Ju 89

Ontwikkeld als onderdeel van generaal Walther Wever's "Ural Bombers" programma. De Ju 89 was meer capabeler dan zijn primaire concurrent de Dornier Do 19. De Ju 89 had vele mogelijkheden maar ondersteuning voor het lange afstand bommenwerper programma stopte wanner generaal Wever stierf. Het ontwikkelingsprogramma werd op 29 april 1937 beëindigd.


Junkers Ju 288

Ju 288 werd gecreeerd als mededinger voor Reichsluftfahrtministerium' s Bommenwerper B project, een programma gestreefd naar vervangen middelgrote bommenwerpers in Luftwaffe' s inventaris dat allen werd gebaseerd op ontwerpen van vroeg jaren '30. vliegtuigen was geavanceerde scaled-up Junkers Ju 88, het delen van zijn algemene lay-out en meesten van zijn fuselage en vleugels met uitbreidingen in diverse plaatsen. De neus werd volledig herontworpen, nochtans, en gekenmerkt onder druk gezet cockpit. De fuselage werd ook "verdiept" langs zijn lengte om voor een veel groter bommenruim toe te staan dat voor een 8.000 pond (3630 kg) nuttige lading zou toestaan intern te dragen. De macht moest door 24-cilinder worden geleverd twee Jumo 222 radiaal motoren maar de problemen met Jumo 222 ontwikkeling betekenden dat de eerste prototypen vloog met BMW 801 motoren in plaats daarvan. Toen het duidelijk werd dat Jumo 222 niet waarschijnlijk niet haalbaar zou worden krachtcentrale in huidige oorlog situatie, OB van Benz van Daimler 606s werden gebruikt. Dit was de zelfde motorlay-out die op wordt gebruikt Heinkel hij 177, en Ju 288 toonde nu de zelfde problemen dat Heinkel tentoongestelde vliegtuigen. Zoals deze technisch de moeilijkheden werden behandeld, het gebrek aan beslissend het strategische bombarderen doctrine binnen Luftwaffe betekende dat de opdracht en het doel van Ju 288 door zijn ontwikkeling nevelig bleven. In 1944 het project werd definitief verlaten aangezien de prioriteiten van Luftwaffe meer intens worden geconcentreerd die op werden geboorteland defensie.


Junkers Ju 52

De Junkers Ju-52/3m is een vliegtuig (gekend als Tante Ju), gebouwd door de Duitse firma Junkers. Het toestel dat tegenwoordig Junkers Ju-52 wordt genoemd is de driemotorige Junkers Ju 52/3m, die uit de eenmotorige Ju-52/1m werd ontwikkeld. Net als eerdere toestellen van Junkers was de Junkers Ju-52/3m van metalen constructie en bekleed met golfplaat. Het toestel werd ontwikkeld in opdracht van de Reichswehr, die toen in het geheim werkte aan de opbouw van eenJunkers Ju 52 Duitse luchtmacht, als een verkeersvliegtuig dat eenvoudig omgebouwd kon worden tot bommenwerper. Het toestel vloog voor het eerst in maart 1932. In de oorspronkelijke functie van passagiers- en transporttoestel deed het type dienst bij verschillende luchtvaartmaatschappijen in binnen- en buitenland. Het toestel stond bekend als betrouwbaar en comfortabel, maar ondervond al snel grote concurrentie van de Douglas DC-2 en DC-3. Tijdens de Spaanse burgeroorlog werd het type voor het eerst ook militair ingezet, onder andere bij het bombardement van Guernica. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het type het standaard transporttoestel van de Luftwaffe. Het werd op grote schaal ingezet bij verschillende luchtlandingsoperaties aan het begin van de oorlog.


Arado 234
De Arado Ar 234 'Blitz' was de allereerste bommenwerper met een straalmotor. Eind 1943 ging eerst de verkennersversie Ar 234 B-1 de lucht in, voordat in 1944 de eerste toestellen als bommenwerper werden ingezet. De bommenwerper Ar 234 B-2 werd begin 1945 ingezet. De bommen waren buiten op het toestel bevestigd. Daardoor werd de snelheid afgeremd. Hoewel het toestel meestal op de grond moest blijven omdat er te weinig brandstof was, was het tijdens de vluchten die wel werden uitgevoerd, dankzij de automatische piloot, de controle apparatuur en de BZA-computer bijzonder succesvol, omdat het nauwelijks onderschept kon worden. Het was ook één van de eerste vliegtuigen die met een schietstoel waren uitgerust.

Bachem Ba 349 Natter

Bachem Ba 349 Natter was het eerste, bemande, verticaal opstijgende jachtvliegtuig. Dr Werner von Baun Stelde het concept al in 1939 voor, maar het werd door het RLM (Reichs Luftfahrt Ministerium) verworpen onder de noemer "onnodig en onwerkbaar". Bachem een ingenieur bij Fieseler nam het idee over, hij probeerde met verschillende prototypes interresse op te wekken voor het raket aangedreven jachtvliegtuig. Tijdens de lente van 1944, eiste het geallieerde bommen offensief een serieuze tol aan de Duitse oorlogsmachine. Geen van de conventionele middelen kon de bombardementen stoppen. Het RLM vroeg aan verschillende vliegtuigontwerpers om onconventionele dingen te gebruiken om het Duitse grondgebied te verdedigen. Messerschmitt, Junkers, Heinkel en Bachem stelde ontwerpen voor, het RML koos voor het project van Heinkel de He P 1077 Julia. Bachem weigerde om op te geven, hij ging ondersteuning vragen bij Heinrich Himmler (hoofd van de SS). Himmler vond het voorstel van Bachem goed en tekende een contract omm 150 Natters te bouwen met geld van de SS. Bachem's ontwerp was eenvoudig en gemakkelijk te bouwen in 1000 man uren. Als raketmotor werd de Walter 109-509A gebruikt die ook in de Messerschmitt Me 163 Komet aanwezig was. De Walter motor genereerde een kracht van 1700 kilogram, maar en volgeladen Ba 349 woog meer dan 1800 Kg zodat extra hulp voor opstijgen noodzakelijk was. Deze extra hulp vond Bachem bij vier Schmidding 109-553 raketmotoren die per twee aan de zijkant werden bevestigd. Elke motor zorgde voor 500 kilogram extra vermogen. Bij het opstijegen weren alle vijf de motoren ontstoken en zorgde samen voor een vermogen van 3700 kilogram. Het vliegtuig werd gelanceerd vanop een 24 meter oge ramp.


Dornier Do 17

De Dornier Do 17 was een bommenwerper van de Duitse Luftwaffe die o.m. werd ingezet tijdens de slag om Engeland. Het Vliegend Potlood (zijn bijnaam) werd tijdens de slag uit productie genomen. Het werd ontworpen in 1934 en zou oorspronkelijk dienst doen bij burgerlijke luchtvaartmaatschappijen om post te vervoeren. Het werd in 1937 door de Luftwaffe uit de kast gehaald en, uitgerust met Daimler-Benz DB 600A motoren, was het de jagers van die tijd te snel af. De motoren gingen echter naar de Messerschmitt Bf 109 en Dornier moest het met andere, minder krachtige motoren doen. Het was bij de luchtmacht geliefd omdat het een sterk en betrouwbaar toestel was dat stabiel vloog alhoewel bepantsering ontbrak.


Dornier Do 24

De Dornier-24 was een compleet metalen vliegboot. De Dornier fabriek ontving in 1935 een order van de Marineluchtvaartdienst (MLD) om een vliegboot te ontwerpen. Er werden initieel drie prototypes gebouwd, waarvan de eerste op 3 juli 1937 vloog. Eind 1937 werd het prototype onderworpen aan testvluchten en zeewaardigheidsproeven met autoriteiten van de MLD.

Dornier Do 24


Focke Wulf FW-190

was een éénmotorig jachtvliegtuig dat door de Luftwaffe tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ingezet. De ontwerper was Kurt Tank. Hij werkte samen met een team van ontwerpers en een tot dan toe niet gebruikte combinatie van ingenieurs die ook piloten waren. Hij hechtte veel belang aan piloten die zich in technische termen van de problemen konden uitdrukken. Het Rijksluchtvaartministerie bestelde het in 1937 als aanvulling van de Messerschmitt Bf 109. nadat deze zag dat andere landen verschillende jagers ontworpen en Duitsland enkel op de ME109 rekende. Origineel werd ook de DB601 motor in gedachten gehouden, maar de productie werd al zwaar belast door ME en dus werd gekozen voor een BMW 139 en later de BMW 901. Bijna alle types zijn geleverd met een luchtgekoelde BMW 801 stermotor in diverse varianten. De motor was in het begin onbetrouwbaar en werd ook te heet, waardoor de temperatuur in de cockpit kon oplopen tot meer dan 55° C (De oplossing hiervoor was om de gehele cockpit naar achteren te verplaatsen). Om de motor koel te houden werd er een volledig nieuwe motorkap ontworpen die de motor de luchtkoeling gaf die ze nodig had. Het eerste prototype vloog op 1 juni 1939 en bleek over goede kwaliteiten te beschikken, zoals goed zicht (behalve op de grond), hoge snelheid, een stabiel landingsgestel en voor die tijd uitstekende bestuurbaarheid. De geallieerden werden er in de herfst van 1941 mee geconfronteerd en toen ze in 1942 een exemplaar in handen kregen werd dit grondig bestudeerd. Het bleek dat het om de lengte-as rollen van het toestel totaal superieur was vergeleken met de Spitfire. De beste tacktiek die voor de RAF-piloten beschikbaar was, bestond er in om een 180° bocht te maken en te hopen dat de FW werd afgeschud. Ook had de Fw 190 een vervelend "stall" karakter, wat meerdere piloten het leven heeft gekost. De bewapening was fenomenaal te noemen. Er zijn in totaal zo,n 20.000 Focke-Wulf FW 190,s gebouwd. Door de jaren heen werden er vanaf de A-2 (Anton) vele verbeteringen aangebracht, zoals steeds sterkere motoren, een andere vorm van het cockpitglas, MW50-systeem, betere radio en betere vliegeigenschappen. De FW 190F-8, gebaseerd op de A-8 werd als "Jabo"(jachtbommenwerper) ingezet. In 1944 kwam men met een nieuwe variant: de D-9 (Dora-Neun) met in plaats van een luchtgekoelde stermotor een watergekoelde Jumo 213A motor bekend van onder andere de Junkers Ju 88 bommenwerper. Dit zorgde voor een kleiner frontaal oppervlak maar wel een langere neus. De staart werd verlengd om het zwaartepunt te stabiliseren en de vleugels werden ook verlengd.


Heinkel HE-51

De Heinkel He 51 was een eenpersoonsvliegtuig (dubbeldekker) die bij de Luftwaffe vloog tussen 1935 en 1942 en later in Spanje dienst deed tot 1952. De He 51 werd ontwikkeld door Heinkel en het ontwerp was gebaseerd op de Heinkel He 37 en Heinkel He 49. Het was initieel ontwikkeld als jachtvliegtuig maar later werden twee varianten gebouwd: een zeevliegtuig (B-2 variant) en een grondaanvalsvliegtuig en duikbommenwerper (C-1 variant). Het protoype He 49a vloog voor de eerste keer in november 1932 en werd het eerste model van de He 51 werd in mei 1933 door de toen nog geheime Luftwaffe opgenomen doch de eerste (grote) levering vond plaats in juli 1934. Het was de bedoeling dat de Heinkel He 51 de Arado Ar 65 en Arado Ar 68 zou vervangen maar ze zouden allen in actieve dienst, naast elkaar, blijven vliegen. Er werden 75 stuks van de He 51A jachtvliegtuigen geproduceerd waarna het ontwerp veranderde in de B-2 verkenningsvliegboot. Van de B-2 variant werden er 80 gemaakt. Van de C-1 variant (grondaanvalsvliegtuig) werden er 79 geproduceerd. Op 6 augustus 1936 werden 6 Heinkel He 51 vliegtuigen gestuurd door Adolf Hitler naar Generalissimo Franseco Franco en zijn nationalisten die vochten tegen de republikeinen tijdens de Spaanse Burgeroorlog. De vliegtuigleveringen aan Franco zouden nog verder worden uitgebreid. Toen Legioen Condor werd opgericht in november 1936 werden vier eskaders met He 51 aan dit Duits vrijwilligerskorps toegewezen en ingezet in de gevechten. De He 51 bleek krachtiger te zijn dan de oudere dubbeldekkers van de republikeinen maar wanneer deze laatsten de laagvliegers Polikarpov I-15 en Polikarpov I-16 inzetten, bleek de Heinkel He 51 al snel te kort te schieten op snelheid. De He 51 werd in 1938 als jachtvliegtuig uit actieve dienst genomen en ingezet bij gronddoeloperaties en z'n opvolger werd de Messerschmitt Bf 109. De He 51 werd tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit aan het front ingezet maar tot 1942 werd het nog als opleidingsvliegtuig binnen de Luftwaffe gebruikt. Na de Tweede Wereldoorlog werden de 46 overblijvende He 51 vliegtuigen, samen met 15 nieuw geproduceerde, ingezet tot 1952 als dienstvliegtuig in Spanje.


Heinkel He 60

De Heinkel 60 was een eenmotorige dubbeldekker die bestemd was voor gebruik vanaf marineschepen. Hiertoe was het geschikt gemaakt om gelanceerd te worden vanaf een katapult. De tweekoppige bemanning bestond uit een piloot en een waarnemer. Het toestel van gemengde bouwwijze was behalve als watervliegtuig op drijvers ook gebouwd als normaal landvliegtuig met wielonderstel.


Heinkel He 111

Een Heinkel He 111 is een bommenwerper die door de Duitse Luftwaffe tijdens de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog werd ingezet en aan alle fronten dienst deed. Het was de ruggengraat van de Duitse bommenwerpervloot. Het vloog voor het eerst in februari 1935. Het toestel werd ook ingezet als transportvliegtuig en als sleepvliegtuig voor zweefvliegtuigen. Alhoewel het verouderd was tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, moest het in dienst blijven door de ontwikkelingsproblemen met zijn opvolger, de Heinkel He 177. Het was uitgerust met het navigatiesysteem Knickebein. Tijdens de Slag om Engeland bleek hoe kwetsbaar het toestel was in zijn confrontatie met de Hawker Hurricane en de Supermarine Spitfire van de RAF. In 1940 nam het toestel deel aan de bombardementen op Engelse steden waaronder Coventry. In 1941 was de RAF zover dat zijn nachtjagers de Heinkel uit de lucht konden schieten. De Heinkel diende eveneens als lanceerplatform voor de V-1 (vliegende bom). De meest eigenaardige versie was de He 111Z waarbij twee rompen werden verbonden via één vleugel met een vijfde motor in het midden. Dit type werd gebouwd om het reuzezweefvliegtuig, de Messerschmitt Me 321 te slepen. De Heinkel He 111 bleef tot 1965 bij de Spaanse luchtmacht in gebruik. De Heinkel He 111 werd tevens aangekocht door Bulgarije, China, Hongarije, Roemenië en Slovakije.


Heinkel HE 170

De Heinkel He 70 "Blitz" was een in 1932 geintroduceerd snel verkeersvliegtuig voor 4 passagiers. Het toestel vloog met 360 km/u sneller dan menig jachtvliegtuig dat in die tijd beschikbaar was. Het toestel brak verschillende records en werd onder andere door de Duitse en Spaanse luchtmachten gebruikt als lichte bommenwerper en verkenningsvliegtuig. Hongarije kocht een versie met een andere motor, de He 170. Het toestel werd door de Luftwaffe gebruikt vanaf 1936. Het toestel had, net als de Spitfire, ellipsvormige vleugels. De He 70 was de meest gebruikte bommenwerper in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog en is de directe voorloper van de beroemde Heinkel He 111. Ook de Japanse Aichi D3A is geïnspireerd op de He 70. Het grootste nadeel was dat de romp was gemaakt van een legering met magnesium, waardoor het toestel snel in brand vloog.


Heinkel HE 178

De Heinkel He 178 was 's werelds eerste vliegtuig aangedreven door een turbojetmotor en het eerste praktische straalvliegtuig. Het was een zelfstandig project door de Duitse Heinkelvliegtuigproducent. Het toestel had zijn luchtdoop op 27 augustus 1939 met als testpiloot Erich Warsitz, na een luchtsprongetje drie dagen daarvoor. Het landingsgestel werd pas later intrekbaar gemaakt. Het vliegtuig was van meet af aan een groot succes. Slechts bedoeld als testvliegtuig bleek het al sneller dan vliegtuigen met conventionele motoren, met een maximumsnelheid van 650 km/u en een kruissnelheid van 585 km/u. De beoogde snelheid voor een productie-exemplaar was 700 km/u. Vanuit de autoriteiten was er in eerste instantie geen interesse, vanwege het onconventionele ontwerp van het vliegtuig. Toch ging Heinkel op dezelfde weg door met het ontwerp van een nieuw type straaljager, de Heinkel He 280, met de opgedane kennis van de He 178. De He 178 werd in het Deutsches Technikmuseum in Berlijn geplaatst waar het tijdens een luchtbombardement in 1943 werd vernield.


Flettner Fl 282

 De Flettner Fl 282 Kolibri was een éénspersoonshelicopter met open cockpit, gebouwd door de Duitser Anton Flettner. Het toestel was een van de eerste helicopters die werden ingezet tijdens de Tweede Wereldoorlog, bij de Duitse Kriegsmarine, in januari 1943. De heli werd gebouwd als verkenningstoestel. Hoewel het zo effectief was dat er plannen waren om er tot 1000 toestellen van te bouwen, werden er uiteindelijk slechts 32 exemplaren gebouwd werden wegens de geallieerde bombardementen. Van die 32 overleefden er slechts 3 de oorlog, omdat de toestellen werden vernietigd om te verhinderen dat ze meegenomen werden door de Geallieerden.


Horton Ho 229

Horten Ho 229 (Gotha Go 229 of Ho 229) was recent Wereldoorlog II prototype "Flying Wing" ontworpen door Reimar en Walter Horten en langs gebouwd in de Gothaer Waggonfabrik. Het was een persoonlijke favoriet van het Duits LuftwaffeReichsmarschall Hermann Göring, en was het enige vliegtuig om het voldoen aan om zijn beruchte prestatiesvereisten te benaderen. In de vroege jaren '30 waren De broers Horten geinteresseerd geworden in een Flying Wing ontwerp als methode om de prestaties van zweefvliegtuigen te verbeteren. De Duitse overheid financierde zweefvliegtuigclubs in de tijd omdat de productie van militaire vliegtuigen werd verboden door de Verdrag van VersaillesWereldoorlog. In 1943, Reichsmarschall Göring gaf een verzoek om ontwerpvoorstellen uit een bommenwerper te produceren die een 1.000 kg (2.200 pond) lading meer dan 1.000 km (620 mi) bij 1.000 km/h (620 MPU) kon dragen; zogenaamd 3X1000 project. De conventionele Duitse bommenwerpers konden Verenigd bevelcentra in Groot-Brittannië bereiken, maar leden aan verwoestende verliezen aan Verenigde vechters. Tegelijkertijd er was eenvoudig geen manier om deze doelstellingen te ontmoeten. De nieuwe motoren, Jumo 004B turbojets, kon de vereiste snelheid geven maar had bovenmatige brandstofconsumptie. Horten was van mening dat het aerodynamische het vliegen vleugelontwerp alle doelstellingen kon ontmoeten: door de belemmering te verminderen. Zij brengen hun privé project naar voren, Ho IX, als basis voor de bommenwerper. Het Ministerie van de Lucht van de Overheid (Reichsluftfahrtministerium) goedgekeurd het voorstel van Horten maar gaf opdracht tot de toevoeging van twee 30 mmkanon, aangezien zij de vliegtuigen voelden ook nuttig als vechter. Zijn snelheid was hoe dan ook hoger dan de Verenigde staten. Eerste Ho IX V1, die was unpowered zweefvliegtuig. Zij eerste vlucht was 1 maart 1944 . Het werd gevolgd in December 1944 door Jumo 004- aangedreven Ho IX V2. Göring geloofde in het ontwerp en gaf opdracht tot een productiereeks van 40 vliegtuigen in Gotha met Benoeming RLM Ho 229 alvorens het aan de lucht onder straalmacht had genomen. Tijdens de definitieve stadia van de oorlog, in werking gesteld militair van de V.S. Verrichting Paperclip welke een inspanning door de diverse intelligentieagentschappen was om geavanceerd Duits wapensonderzoek te vangen, en dat onderzoek te ontkennen aan het vooruitgaan van Sovjettroepen. Een zweefvliegtuig Horten en Ho 229 V3, die definitieve assemblage onderging, werden beveiligd en werden verzonden aan Het Bedrijf van Northrop in de Verenigde Staten voor evaluatie. Northrop werd gekozen wegens hun ervaring met 'Flying Wings" die door het verslag-plaatsend van de broers Horten vooroorlogse zweefvliegtuig worden geïnspireerd.


RundFlugZeuge, Haunebu en de Vril jeager

De RundFlugZeuge was het allereerste model van de Nazi's. Hij was waarschijnlijk al in 1920 ontworpen, en pas in 1934 voor het eerst getest. Hij was niet erg succesvol. Hij kon nauwelijks van de grond komen en was zeer instabiel en was dus ook gecrashed. In de laatste maanden van 1934 werd de RFZ 2 (Foto 1) al geintroduceerd. Deze was meer succesvol, en was in staat stabiel te vliegen. Hij werd bewapend met 2 simpele machinegeweren, maar al snel bleek dat de machine geweren de RFZ 2 uit balans haalden. Deze werden er dus eerst weer vanaf gehaald, en de bewapening werd bewaard voor later. Ondertussen rolde de RFZ 3 alweer van de ontwerptafel. Deze was groter, sneller en stabieler. De wapens werden bij dit model achterwege gelaten. De eerste drie RFZ's hebben de zogezegde test situatie gevormd. Er was nu genoeg kennis opgedaan om nu met het echte werk te expirimenteren. Snel daarop in 1938 werd de RFZ 4 gebouwd. Dit model had de beste ontwikkeling tot nu toe. De bouw van de RFZ 5 zou zelfs zo succesvol moeten zijn geweest, dat ze de naam hebben veranderd naar Haunebu (Foto 2). Een model waarschijnlijk gebouwd voor de transportatie. Tijdens de bouw van de Haunebu was de ontwikkeling al zo hoog opgelopen dat de opwaardse kracht genoeg zou moeten zijn voor meer dan 1 man. Dit resulteerde in de bouw van de Haunebu. Dit zou het model moeten worden voor transportatie. Alleen waarschijnlijk werd een model voor transportatie niet echt een succes, want hij zou niet meer 18 man kunnen vervoeren. Zogaande werd er gewerkt aan een krachtiger model. Alleen een verre ontwikkeling qua transport was de Haunebu 2 niet. Hij kan in totaal +- 20 man meenemen. Daarom hebben ze bij dit model mischien wel gedacht aan verdere ontwikkeling van de offensie want deze had ook een fiks arsenaal aan bewaping bij zich. Op gebied van snelheid was dit model wel weer een verbetering. Deze kon met maximale inspanning 21000 km per uur halen. 4000 km sneller dan zijn voorganger die maar 17000 km per uur kon. Waarschijnlijk was de Haunebu 3 een ware verbetering aangezien die als max snelheid 40000 km per uur kon (kun je nagaan, das bijna in 1 uur de wereld rond) en nu maximaal 70 man mee kon nemen. Maar dat mag ook wel met een vergroting tot 71 meter doorsnee, aangezien de vorige modellen niet verder tot 15 meter kwamen. Nu het test model en het transportatie verperfectioneerd zijn, is het tijd voor een Jeager (jager). Opvallend aan dit model is dat hij veel kleiner is dan de voorgande types. Waarschijnlijk omdat hier dan veel meer van geproduceerd kon worden, aangezien de lift motoren niet al te goedkoop moeten zijn geweest. Aan de archieven te zien is de Vril (Foto 3) ook een geliefd model; er zouden er maar liefst 17 stuks "vorhanden" zijn. Over Vril 2, 3, 4 en 5 is vrijwel geen informatie te vinden. Dit is vreemd, want Vril 6 duikt dan wel weer op. Technisch moet het een verbetering zijn geweest, maar optisch? Vril 1 was een gelikt aerodynamisch object en Vril 6 ziet eruit als een hoekig, blokachtig iets. Wat ook vreemd is, is de test datum. Volgens het "echte" ontwerp van Vril 1 was het eerste jaar dat hij getest was 1944. Vril 6 daarentegen werd zogezegd al in 1943 getest... Vril 7 is weer nergens te bekennen. Daarintegen duikt Vril 8 weer op met de naam: Vril-Odin 8. Uiteraard getest in 1945. Er zijn verhalen dat Hitler deze ontwerpen heeft gerealiseerdt wegens het zien van echte alliens. Ufo's bestaan hoe dan ook, zie je eentje, kijk goed of er geen Duits teken staat.

 

 



© Iron Birds 2006 - 2007 


Free website & domain name provided by blogje.eu . C.M.S. & templates © Universalis . Hosted & powered by Shopje © 2003 - 2020 .
Laatst gewijzigd: 2007-06-26